Read more!
Read more!

God is de bron van het leven van de mens

Vanaf het moment dat je huilend ter wereld komt, begin je je taak te vervullen. Voor Gods plan en voor Gods ordening neem je je rol aan en begin je aan je levensreis. Wat je achtergrond ook is, of wat de reis die voor je ligt ook is, niemand kan ontkomen aan de orkestraties en de regelingen van de Hemel en niemand is meester over zijn eigen lot. Alleen Hij, die regeert over alle dingen is tot dergelijk werk in staat. Vanaf de dag dat de mens is ontstaan, heeft God steeds zo gewerkt: het beheren van het universum, het bepalen van de regels der verandering voor alle dingen en de baan waarin zij zich bewegen. Net als alle dingen, wordt de mens rustig en onbewust gevoed door de zoetheid en de regen en dauw van God. Net als alle dingen, leeft de mens onbewust onder de orkestratie van Gods hand. Hart en geest van de mens zijn in Gods hand en alles in het leven van de mens wordt door Gods ogen aanschouwd. Of je dit nu gelooft of niet, alle dingen, of ze nu levend of dood zijn, zullen verplaatsen, veranderen, vernieuwen en verdwijnen in overeenstemming met Gods gedachten. Dit is de manier waarop God leiding geeft aan alle dingen.

Als de nacht binnensluipt, blijft de mens onwetend, want het hart van de mens kan niet waarnemen hoe de duisternis nadert of waar zij vandaan komt. Als de nacht stilletjes wegglipt, verwelkomt de mens het daglicht, maar het hart van de mens begrijpt nog minder waar het licht vandaan is gekomen en hoe het de duisternis van de nacht heeft verdreven. Deze terugkerende afwisseling van dag en nacht neemt de mens mee van de ene periode naar de volgende, bewegend door de tijd. Tegelijkertijd wordt zo zeker gesteld dat het werk van God en Zijn plan tijdens elke periode en door de tijd heen worden uitgedragen. De mens is met God door de tijd heen gewandeld en toch weet de mens niet dat God regeert over het lot van alle dingen en levende wezens of hoe God alle dingen orkestreert en richting geeft. Dit is iets dat de mens al sinds lang vervlogen tijden is ontgaan. En waarom? Het is niet omdat Gods daden te zeer verborgen zijn, of omdat Gods plan nog moet worden gerealiseerd, maar omdat het hart en de geest van de mens te ver bij God vandaan zijn. Daarom blijft een mens, zelfs als hij God volgt, onbewust in dienst van Satan. Niemand zoekt actief naar Gods voetstappen of verschijning en niemand wil onder de zorg en de hoede van God bestaan. De mens is eerder bereid om te vertrouwen op de aantasting door Satan en de duivel, zodat hij zich aan deze wereld en aan de leefregels van de slechte mensheid kan aanpassen. Op dit punt zijn het hart en de geest van de mens geofferd als een eerbetoon aan Satan en worden ze Satans voedsel. Bovendien worden het hart en de geest van de mens een plek waar Satan kan verblijven, een speeltuin voor hem. De mens begrijpt zo onbewust de principes van het mens-zijn niet meer, net zomin als de waarde en het doel van zijn bestaan. De wetten van God en het verbond tussen God en de mens vervagen geleidelijk in het hart van de mens en de mens zoekt niet langer naar God en geeft Hem geen gehoor meer. Naarmate de tijd verstrijkt, begrijpt de mens niet meer waarom God de mens heeft geschapen, evenmin begrijpt hij de woorden die uit de mond van God komen, noch realiseert hij zich alles dat van God komt. De mens begint zich te verzetten tegen de wetten en besluiten van God; het hart en de geest van de mens raken afgestompt. … God verliest de mens die Hij oorspronkelijk heeft geschapen en de mens verliest de wortel van zijn oorsprong. Dit is het verdriet van deze mensheid. In werkelijkheid heeft God vanaf het allereerste begin tot nu een tragedie voor de mensheid opgezet, waarin de mens zowel de hoofdrol speelt als het slachtoffer is en niemand kan een antwoord geven op de vraag wie de regisseur is van deze tragedie.

In de omvangrijke wereld hebben steeds weer ontelbaar veel veranderingen plaatsgevonden. Niemand is in staat om deze mensheid te leiden en begeleiden, behalve Hij die regeert over alle dingen in het universum. Er is geen machtige die voor de mensheid werkt of voorbereidingen maakt, laat staan iemand die in staat is om deze mensheid te leiden naar de bestemming van het licht en de bevrijding van aardse ongerechtigheden. God treurt om de toekomst en de val van de mensheid. Hij is verdrietig over de trage mars van de mensheid richting verval en het pad waarvan hij niet kan terugkeren. De mensheid heeft Gods hart gebroken en Hem verloochend om de duivel te zoeken. Heeft iemand ooit weleens nagedacht over de richting waarin een dergelijke mensheid zal gaan? Juist daarom voelt niemand de toorn van God. Niemand zoekt een weg om God te behagen of probeert dichter bij God te komen. Bovendien wil niemand het verdriet en de pijn van God begrijpen. Zelfs na het horen van Gods stem, gaat de mens door op zijn weg die van God weg leidt en ontloopt zo de genade en de zorg van God en mijdt Gods waarheid. De mens zou zichzelf liever aan Satan verkopen, Gods vijand. En wie heeft er ooit nagedacht – mocht de mens koppig blijven – over hoe God de mensheid zal behandelen die Hem zonder achterom te kijken heeft verworpen? Niemand weet dat God de mens herhaaldelijk herinnert en aanspoort omdat Hij een ongekende catastrofe in Zijn handen houdt, die Hij heeft voorbereid. Een catastrofe die ondraaglijk zal zijn voor het vlees en de ziel van de mens. Deze catastrofe is niet alleen een straf voor het vlees, maar ook voor de ziel. Je moet dit weten: wanneer Gods plan niet wordt uitgevoerd en wanneer Zijn herinneringen en aansporingen geen reactie krijgen, in wat voor soort woede zal Hij dan ontsteken? Dit zal nog nooit eerder zijn meegemaakt of gehoord door een schepping. Daarom zeg ik: deze catastrofe is ongekend en zal nooit worden herhaald. Dit is omdat binnen Gods plan maar één schepping en één verlossing past. Dit is de eerste keer en het zal ook de laatste keer zijn. Daarom kan niemand de goede bedoeling en de vurige verwachting van God voor de verlossing van de mensheid ooit bevatten.

God schiep deze wereld en bracht daarin de mens, een levend wezen dat Hij leven schonk. Vervolgens kreeg de mens ouders en familie en was niet langer alleen. Vanaf het moment dat de mens voor het eerst zijn ogen richtte op deze materiële wereld, was hij voorbestemd om binnen Gods ordening te bestaan. Gods levensadem ondersteunt elk levend wezen in zijn hele groei tot volwassenheid. Tijdens dit proces heeft niemand het idee dat de mens opgroeit onder de hoede van God. Men gelooft liever dat de mens opgroeit onder de liefhebbende zorg van zijn ouders en dat zijn opgroeien wordt bepaald door zijn eigen levensinstinct. Dit is omdat de mens niet weet wie zijn leven heeft geschonken of waar het vandaan is gekomen, laat staan dat hij weet hoe het instinct van het leven wonderen voortbrengt. Hij weet alleen dat voedsel de basis is waarop zijn leven voortgaat, dat doorzettingsvermogen de bron is van zijn bestaan en dat de overtuigingen in zijn gedachten het kapitaal zijn waarvan zijn overleving afhangt. De mens is zich totaal onbewust van de genade en voorziening van God, en dus verspilt hij het leven dat hem door God is geschonken … Niet één van deze mensheid waar God dag en nacht voor zorgt neemt het op zich om Hem te aanbidden. God blijft alleen aan de mens werken, over wie Hij geen verwachtingen meer koestert, zoals Hij dat gepland had. Dat doet Hij in de hoop dat de mens op een dag uit zijn droom zal ontwaken en zich plotseling de waarde en de betekenis van het leven zal realiseren, de prijs die God betaald heeft voor alles wat Hij hem heeft gegeven en het hevige verlangen waarmee God op het moment wacht waarop de mens naar Hem terugkeert. Niemand heeft ooit gekeken naar de geheimen van de oorsprong en voortzetting van het leven van de mens. Alleen God, die dit allemaal begrijpt, verdraagt in alle stilte de pijn en kwellingen die de mens Hem toedient, die alles heeft ontvangen van God, maar niet dankbaar is. De mens geniet van alles wat het leven brengt, als een vanzelfsprekende zaak, en evenzo is het een ‘vanzelfsprekende zaak’ dat God wordt verraden, vergeten en afgeperst door de mens. Zou het kunnen zijn dat Gods plan werkelijk zo belangrijk is? Zou het kunnen zijn dat de mens, dat levende wezen dat uit Gods hand is voortgekomen, werkelijk zo belangrijk is? Gods plan is absoluut belangrijk; echter, dit levende wezen dat is geschapen door de hand van God bestaat omwille van Zijn plan. Daarom kan God Zijn plan niet tenietdoen uit haat voor dit mensenras. Het is ten behoeve van Zijn plan en voor de adem die Hij uitademde dat God alle kwellingen ondergaat, niet voor het vlees van de mens, maar voor het leven van de mens. Dit doet Hij om niet het vlees van de mens terug te nemen, maar het leven dat Hij uitademde. Dit is Zijn plan.

Allen die in deze wereld komen moeten leven en dood ervaren en velen hebben de cyclus van dood en hergeboorte ervaren. De levenden zullen spoedig sterven en de doden zullen spoedig terugkeren. Dat is de levensloop die God heeft opgezet voor elk levend wezen. Deze levensloop en cyclus zijn echter de waarheid die God wil dat ieder mens ziet, dat het leven dat de mens wordt geschonken door God oneindig is en niet belemmerd door vlees, tijd of ruimte. Dit is het mysterie van het leven dat door God aan de mens is geschonken en bewijst dat het leven van Hem is gekomen. Hoewel velen misschien niet geloven dat leven van God kwam, geniet de mens onvermijdelijk van alles dat van God komt, of hij Zijn bestaan nou gelooft of ontkent. Mocht God op een dag opeens van mening veranderen en alles dat in de wereld bestaat terugeisen en het leven dat Hij heeft gegeven terugnemen, dan zou alles ophouden te bestaan. God gebruikt Zijn leven om in alle levende en levenloze dingen te voorzien, door alles in orde te brengen met Zijn kracht en gezag. Dit is een waarheid die niemand kan bedenken of gemakkelijk kan bevatten en deze onbegrijpelijke waarheden zijn de manifestatie van en getuigenis voor de levenskracht van God. Nu zal ik je eens een geheim vertellen: de grootheid en kracht van het leven van God kan door geen enkel wezen worden doorgrond. Zo is het nu, zo was het toen en zo zal het in de tijd die komen gaat ook zijn. Het tweede geheim dat ik zal delen is dit: de bron van leven ontspringt in God, voor de hele schepping, ongeacht het verschil in vorm of structuur. Welk soort levend wezen je ook bent, je kan niet tegen de keer ingaan van het levenspad dat God heeft bepaald. Ik wens in ieder geval slechts dat de mens zal begrijpen dat hij zonder de zorg, het onderhoud en de voorziening van God niet alles zal ontvangen zoals bedoeld was, hoe groot zijn inspanning of worsteling ook is. Als God niet in zijn leven voorziet, verliest het leven zijn waarde en zijn betekenis voor de mens. Hoe kan God toestaan dat een mens die de waarde van Zijn leven verspilt zo zorgeloos is? Maar vergeet niet dat God de bron is van jouw leven. Als de mens niet alles koestert wat God hem heeft geschonken, zal God niet alleen alles terugnemen wat Hij in het begin heeft gegeven, maar sterker nog, dan zal de mens dubbel betalen om alles te vergoeden wat God heeft uitgegeven.

26 mei 2003

Share