Ik heb een nieuw begrip van “Wedergeboorte door het doopsel”

Toen ik jong was, legde mijn vader het doopsel voor me uit. Hij zei: “Wanneer iemand wordt gedoopt, dan worden ze volledig ondergedompeld in water. Dat betekent dat ze zijn ‘gestorven’ met de Heer Jezus. Wanneer ze uit het water worden gehaald, worden ze opnieuw geboren, en zijn ze volledig bevrijd van de zonden uit het verleden, klaar om een nieuw leven te beginnen. Ze zullen tot aan hun dood leven voor de Heer Jezus. De Heer Jezus zei: ‘Wie gelooft en ​gedoopt​ is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld’ (Marcus 16:16). De Heer Jezus werd als zondoffer voor de mensheid gekruisigd. Pas nadat we zijn gedoopt kunnen onze zonden door de Heer Jezus worden vergeven en staan we onder de naam van de Heer Jezus met een nieuw leven. Daarom moeten christenen worden gedoopt.” Vanaf toen geloofde ik dat christenen door het doopsel volledig kunnen worden veranderd, wedergeboorte, gered en verenigbaar zijn met Christus.

Wedergeboorte door het doopsel

Ik merkte echter dat de mensen om mij heen werden gedoopt wanneer ze nog jong waren, maar wat ik vreemd vond, was dat ze hun oude leven niet afwierpen en dat ze nog steeds als ongelovigen leefden. Net als mijn vader, die gedoopt werd in een katholieke kerk toen hij nog een baby was, en hij werd opnieuw gedoopt toen hij zich bekeerde tot het christendom, maar hij kon nog steeds de banden van de zonde niet afwerpen. Wanneer mijn kleine broertje bijvoorbeeld vergat om dingen op de juiste plaats terug te zetten, schold hij hem uit; als iemand in het gezin dingen deed die hij niet leuk vond, verloor hij zijn geduld. Hoewel hij vaak tot ’s avonds laat vastte en bad voor een harmonieus gezin, kon hij zijn woede niet beheersen. Hij gedroeg zich niet als een persoon die wedergeboorte werd. Als ik keek naar die mensen die na het doopsel nog steeds in zonde leefden, dacht ik: “Ik zou pas gedoopt moeten worden wanneer ik het punt bereik waar ik maar zelden zondig.”

Er gingen vele jaren voorbij, en ik zondigde nog steeds vaak. In het echte leven kon ik me niet aan de woorden van de Heer houden. Ik gaf af op anderen, maar dacht niet na over mijn eigen handelingen, en zag niet dat het grootste probleem bij mezelf lag. Als mijn vader tegen me tekeer ging voelde ik haat voor hem en begon ik met hem te bekvechten, zonder geduld of verdraagzaamheid. Ik mat me ook vaak met anderen, wilde de beste zijn. Ik keek zelfs neer op degenen die inferieur aan mij waren en als ik mensen zag die beter waren dan ik, werd ik jaloers. Verder hield ik ervan mezelf te laten zien, ik wilde dat anderen een goede mening over me zouden hebben, en ik was heel erg trots wanneer anderen me prezen. Ik herinnerde me dat ik tijdens een vergadering een christelijke film had gezien. De voorganger in de film citeerde vaak het vers: “Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd” (Matteüs 23:12). Ik hield dit vers stevig in gedachten, want ik wilde leven volgens de woorden van de Heer, nederig leren zijn en niet met mezelf te koop lopen of trots zijn. In het echte leven wilde ik echter nog steeds de beste skateboarder zijn; dus trainde ik acht uur per dag, in een poging om zo snel mogelijk de beste te worden, waar anderen naar opkeken. Tijdens een kerkkamp trad ik op het podium op, niet om God te verheerlijken, maar voor de roem. Hoewel ik wist dat mijn gedrag haaks stond op Gods wil, en ik probeerde te vasten en bidden, beging ik nog steeds oncontroleerbaar zonden.

beging ik nog steeds oncontroleerbaar zonden

Achteraf zag ik deze verzen in een christelijke film: “Streef ernaar in ​vrede​ te leven met allen en leid een ​heilig​ leven; wie dat niet doet zal de ​Heer​ niet zien” (Hebreeën 12:14). “Wanneer we willens en wetens blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de ​zonden​ meer mogelijk” (Hebreeën 10:26). “Jezus​ antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een ​slaaf​ van de ​zonde. Nu blijft een ​slaaf​ niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig” (Johannes 8:34–35). Ik dacht na over deze verzen, en begon te begrijpen dat God heilig is en dat degenen die in zonde leven Gods koninkrijk niet kunnen betreden. Ik dacht na over mijn handelingen en besefte dat ik niet met anderen overweg kon. Zo maakte ik bijvoorbeeld ruzie met gezinsleden over onbeduidende zaken; wanneer anderen me kwetsten voelde ik haat voor hen, en hoewel ik hen uitwendig vergaf nadat ik tot de Heer Jezus had gebeden, bleef ik hen in mijn hart verder haten. Ik dacht er ook aan dat mijn vader twee maal was gedoopt, al vele jaren in God geloofde, vele bijeenkomsten had georganiseerd en dat hij het evangelie predikte; en toch kon hij nog razend worden over onbeduidende kwesties. Hij vertelde ons zelfs oprecht dat hij wist dat hij niet razend zou moeten worden en dat hij het graag anders wilde, maar hij kon zich gewoon niet beheersen. Mijn vader en ik kenden in feite de vereisten van de Heer, maar we konden het zondigen gewoon niet laten. Als ik hieraan dacht, was ik verward. Ik dacht: “God is heilig, en mensen die zo bezoedeld en verdorven zijn, zijn niet waardig om God te aanschouwen. Hoewel we gedoopt zijn, als we nog vaak zondigen en we kunnen Gods woorden niet in de praktijk brengen, kunnen we dan de Heer aanschouwen? Zegt de Bijbel evenwel niet: ‘Wie gelooft en ​gedoopt​ is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld’ (Marcus 16:16)? Waarom zondigen we dan nog nadat we gedoopt zijn, en verkrijgen we geen nieuw leven?” Ik kon de antwoorden op die vragen niet vinden.

Toevallig leerde ik een aantal broeders en zusters kennen via het internet. Zij hadden unieke inzichten in de Bijbel en ze hielpen me ook om mijn verwarring op te lossen. Ze rieden me een aantal evangeliewebsites aan. Op een keer zag ik een passage in een evangeliefilm: “Kan een zondaar zoals jullie, die net is verlost en niet is veranderd of vervolmaakt door God, naar Gods hart zijn? Voor jou geldt dat jij, die nog steeds je oude zelf bent, inderdaad gered bent door Jezus en dat je niet beschouwd wordt als een zondaar vanwege de redding door God, maar dat bewijst niet dat je niet zondig bent en niet onzuiver bent. Hoe kun je heilig zijn als je niet veranderd bent? Van binnen ben je overladen met onzuiverheid, zelfzuchtig en verachtelijk, maar toch wil je nederdalen met Jezus – dan zou je wel boffen! Je hebt een stap overgeslagen in je geloof in God: je bent alleen nog maar verlost, maar je bent nog niet veranderd. Om naar Gods hart te zijn, moet God persoonlijk het werk verrichten, dat inhoudt dat Hij je verandert en zuivert. Anders zul jij, die alleen verlost is, geen heiligheid kunnen verkrijgen. Op die manier ben je niet gekwalificeerd om te delen in de goede zegeningen van God omdat je een stap mist in Gods werk van het managen van de mens, en wel de cruciale stap van verandering en vervolmaken. Daarom ben jij, een zondaar die net is verlost, niet in staat om rechtstreeks de erfenis van God te erven.

Ik heb een nieuw begrip van “Wedergeboorte door het doopsel”

Na het lezen van deze woorden voelde ik me verlicht. Ik kwam te weten dat onze hergeboorte door de doop enkel betekent dat we verlost waren. Zolang we maar tot de Heer baden om te bekennen en te boeten, zouden we genade en zegeningen ontvangen van de Heer; onze zonden zouden door Hem worden vergeven en we zouden niet langer door wetten worden veroordeeld; dit betekent slechts gered worden. We zijn echter nog steeds bezoedeld en verdorven. Zelfs als we er uiterlijk naar streven om ons in te houden, te vasten en te bidden, en we door ons gedrag geen ernstige misdrijven begaan, ligt onze zondige natuur nog steeds diep in ons geworteld. Daarom leven we nog steeds in een staat van zondigen en bekennen. Zijn we niet allemaal zo? Ikzelf werd boos wanneer iemand dingen zei die mijn belangen schaadden, en soms, hoewel ik uiterlijk mijn kalmte niet verloor, bleef ik me in mijn hart aan hen ergeren; wanneer ik met mijn familie of klasgenoten samen was, wilde ik altijd dat ze allemaal naar me zouden luisterden en me hoogachten; hoewel ik mijn uiterste best deed om mezelf weg te cijferen en nederig te zijn, dacht ik in mijn hart nog steeds dat ik beter was en keek ik zelfs neer op degenen die inferieur aan mij waren. Ik wist dat ik zondigde en ik kwam ook vaak voor de Heer om te bidden en boeten, maar achteraf veranderde ik niet. Mijn vader en andere broeders en zusters waren allemaal net zo. We leefden in een vicieuze cirkel van ‘s nachts zondigen en overdag bekennen. Door zo te leven toonde ik dat ik niet werkelijk was wedergeboorte en gered, noch dat ik een nieuw leven had gekregen. Ooit dacht ik dat ik wedergeboorte en gered zou worden door het doopsel. Nu begreep ik pas dat enkel nadat onze rebellie en tegenstand tegen God zijn geëlimineerd, we werkelijk een nieuw leven kunnen bereiken en werkelijk opnieuw geboren worden.

Later herinnerde ik me een paar verzen die ik had bestudeerd tijdens een Bijbelstudiesessie: “Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De ​Geest​ van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat” (Johannes 16:12–13). “Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt” (Openbaring 2:29). “En als iemand mijn woorden hoort en ze niet gelooft, zal ik niet over hem oordelen: Want ik kwam niet naar de aarde om te oordelen, maar om de wereld te redden. Hij die mij verwerpt en mijn woorden niet ontvangt, wordt geoordeeld: Het woord dat ik heb gesproken zal hetzelfde zijn dat hem op de laatste dag zal oordelen” (Johannes 12:47–48). Terwijl ik over deze verzen nadacht, voelde ik dat de Heer in de laatste dagen zal komen om Zijn woorden te spreken, en om ons de waarheden te vertellen die we nog nooit gehoord hebben, Zijn oordeel over ons te vellen en ons te reinigen. 1 Petrus 4:17 zegt: “Want de tijd is gekomen dat het oordeel begint bij het huis van God.” Dit toont aan dat de Heer zal terugkeren om het werk van het oordeel en reiniging uit te voeren. Door dit werk kunnen wij onze verdorven gezindheid kwijtraken, een nieuw leven krijgen en werkelijk opnieuw geboren worden.

Toen ik hierover nadacht, was ik dolblij. Dank de Heer voor Zijn verlichting! Het blijkt dat als we een nieuw leven willen krijgen en echt wedergeboorte willen worden, we de Heer nodig hebben om het werk van oordeel uit te voeren. Alleen dan kunnen we van onze zondige natuur afkomen, een pas geschapen mensheid worden en in het hemelse koninkrijk worden toegelaten.

Lees meer: 

Dagelijks evangelie – Wat is dan wedergeboorte?

Zijn ‘geloof in Jezus Christus’ en ‘zijn in Christus’ echt één ding?

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.